De weg van Koh Lipe naar het vaste land was een heel stuk aangenamer dan de weg er naar toe. Wind mee en een iets rustigere zee, dus niet zoveel gestuiter, geen gillende mensen en geen spuugzakjes uit hoeven delen. Vanaf de pier had ik al vervoer geboekt naar het vliegveld in Hat Yai, maar waar we dan precies heen moesten om het busje te vinden, geen idee! Op naar het kantoortje waar we ook heen weg af werden gezet dan maar. Daar waren we niet goed, maar zij zijn wel met ons meegelopen naar waar we moesten zijn. Zo vriendelijk dat je de klanten van de concurrent helpt! 3 minuten later zaten we in een minivan en waren we onderweg. Dat schoot lekker op. Het zou een ritje van zo’n 1,5 uur zijn, prima te doen in onze gepimpte super deluxe wagen met extra beenruimte.

In onze gepimpte minivan

De stad Hat Yai ligt in een gebied waarvan het afgeraden wordt om daar te reizen. Dit omdat de provincie waarin het ligt 1 van de 3 is die samen een onafhankelijke staat willen vormen, los van Thailand. Er zijn sinds 2004 enkele aanslagen gepleegd, vooral in drukke stedelijke gebieden. Wij hebben besloten om het reisadvies naast ons neer te leggen om de doodsimpele reden dat wij er maar enkele uren zouden zijn. De kans dat er in die korte tijd op de weg of op het zwáár beveiligde (want eerder aangevallen) vliegveld iets zou gebeuren is nihil en vliegen vanaf dit vliegveld had voor ons meerdere voordelen. En laten we heel eerlijk zijn, vanaf Brussel vliegen we eventueel ook nog gewoon. En inderdaad, we zijn zonder problemen op het vliegveld aangekomen, en zonder problemen naar Bangkok gevlogen. Hier hebben we een Grab (Aziatische Uber) besteld om ons naar het hotel te brengen. Wat werkt dat fantastisch! Binnen 5 minuten werden we opgehaald, en hoefden we niet meer te zeuren om een lage prijs of te eisen dat de chauffeur zijn meter aan zou zetten. De prijs staat vast, en zie je voordat je de boeking definitief maakt, punt. De spits was nog in volle gang, wat ervoor zorgde dat we er een uurtje over hebben gedaan om de 26 kilometer af te leggen. Geen probleem, wij zaten prima.

Bij aankomst in het hotel viel onze mond open, wat zag dat er super goed uit. Prachtig zwembad, mooie lobby, goede service en ook de kamer bleek meer dan prima te zijn. Wat een genot om hier de laatste dagen van onze reis door te brengen. Ook het restaurant hebben we meteen uitgeprobeerd, want het was te laat om nog op stap te gaan. Snel eten, en daarna het zwembad in, nog even voordat ie naar bed moet. Een dag niet zwemmen is een dag niet op vakantie geweest natuurlijk. Gelukkig ook in Bangkok om iedere hoek een 7 eleven, dus toen ik Jack op bed legde is Nick op pad gegaan om een paar biertjes te halen. Lekker in de rustige binnentuin de dag afsluiten, het lijkt wel vakantie.

Het zwembad met omringende vijver bij ons hotel. Onnodig om te zeggen dat Jack hier dolgelukkig mee was natuurlijk.

De volgende dag zijn we naar dé toeristenstraat van Bangkok gegaan voor ontbijt, Khao San Road. Ons hotel zit aan de andere kant van de Menam, de rivier die midden door Bangkok stroomt. We moeten dan ook óf een taxi nemen, óf met de boot naar de overkant. Taxi duurt lang en is een stuk relatief duur, dus gaan we voor de boot. Je hebt 2 versies; de toeristenboot of de ‘normale’ bootlijnen welke de Thai zelf ook gebruiken om zich door Bangkok te verplaatsen. Makkelijke keus voor ons, dat werd natuurlijk de laatste! Voor 15 Bath per persoon (+/- € 0,42) mag je de boot op. Wij hoefden maar 3 stops verderop te zijn, maar voor dit bedrag kun je dus ook de hele lijn afleggen. Geen geld!

De veerboot door Bangkok

Het via Tripadvisor uitgezochte tentje bleek onvindbaar, maar degene die we op die plek wel vonden zag er ook goed uit. We werden zeer enthousiast ontvangen: Jack kreeg een olifanten knuffel in z’n handen geduwd, potloden en een kleurplaat werden op tafel gelegd, wij kregen ijsthee voorgeschoteld voordat we wat besteld hadden… Al met al een prima idee geweest om hier naar binnen te wandelen dus. Onder de bar was een groot krijtbord waar de eigenaresse de nationaliteiten van haar gasten bij hield. Jack mocht dus 3 streepjes bij het vak met de Nederlanders zetten. Dat hij deze horizontaal door nog 3 vlakken trok is een kleinigheidje. Na het ontbijt moesten de mannen nog even shoppen voor Moederdag, dus heb ik maar weer even mijn voeten laten verwennen, wat moet dat moet! Toen ze me kwamen ophalen liet Jack trots zijn zelf uitgekozen olifanten shirt zien, en vertelde tussen neus en lippen door wat ze voor mij gekocht hadden maar ik heb natuurlijk net gedaan alsof ik dat niet hoorde. Hij kreeg van de dames in de salon weer bakken met aandacht, 100 vragen en 3 chocoladerepen. Goede vangst, eindelijk iets terug voor al dat lieve lachen de hele tijd. Met de boot weer terug gegaan naar onze kant van het water waar we door de, zo staat geschreven, beste foodmarket terug naar het hotel moesten lopen. Hier hebben we meteen maar de lunch bij elkaar gesprokkeld wat nog geen makkelijke taak was. Zo veel om uit te kiezen! En aangezien hier geen toeristen komen, ook geen Engelse uitleg mogelijk over wat het allemaal is… Kopen op het oog dus.  Ik moet zeggen dat het meeste wel echt heel erg lekker was, geloof niet dat we iets weggegooid hebben.

Lunchen!

Na de middagpauze hebben we een Grab gepakt naar het Lumphini park. Een groot park in de stad waar, zo zagen we, vooral veel Thai komen om te sporten. Er waren er honderden aan het hardlopen en fitnessen op de apparaten die er stonden. Wij zelf zijn op een wat rustiger tempo het park doorgewandeld. Om klokslag 18:00 uur stond iedereen stil en werd het volkslied afgespeeld. Soort van indrukwekkend, soort van ongemakkelijk want wat werd er in godsnaam van ons verwacht dat we zouden doen. Het volkslied is gelukkig niet heel lang dus ook de ongemakkelijke situatie was zo voorbij, fieuww. Tijdens onze wandeling hebben we de gigantische varanen bewonderd die rustig voor je langs liepen of lekker langs de waterkant lagen te chillen. In het midden van het park is een meer waar je waterfietsen (je weet wel, van die zwanen) kunt huren. Dat moesten we doen natuurlijk. Wij fietsen en Jack sturen. Dat ging al net zo goed als het peddelen in de kano, groot succes!

In de waterfiets

Varanen in het Lumphini park

Na een half uurtje en 2 rondjes waren we er wel weer klaar mee, en was het tijd om een koud biertje en een maaltijd op te zoeken. Andere mensen zien sporten maakt hongerig zullen we maar zeggen. Steak restaurant gevonden niet ver van het park wat ons in al het nodige kon voorzien. En aangezien alle tafels gereserveerd waren werden we aan een soort barretje wat grensde met de keuken gezet. Een Chef’s table dus eigenlijk. Beste plekje van het huis naar onze mening. Hier geen steak besteld maar aan de pasta want we hadden veel geluncht en steak stond al op de planning voor morgen. De pasta’s waren echt heel erg lekker, dus daar geen spijt van gehad. Weer een Grab naar het hotel gepakt en daar het Bangkok avondritueel uitgevoerd: zwemmen, Jack naar bed en wij nog even een biertje en een spelletje, zo genieten dit!